Historie

Daams' molen werd in 1870 gebouwd voor Derk Poll Jonker die de molen in 1883 overdeed aan zijn zwager Herman Daams, de naamgever van de molen. Na Herman Daams zijn er nog enkele eigenaren geweest en zoals dat in die tijd vaker het geval was, vond men windenergie een te onbetrouwbare factor en werd al snel op andere energiebronnen overgestapt. Dit had in Vaassen tot gevolg, dat in 1934 Daams' molen bijna geheel werd onttakeld en nadat het wiekenkruis was verwijderd , alleen nog de romp (zie foto) bleef staan. Deze romp was, provisorisch afgedekt met plastic tegen inwateren. De eens zo trotse molen was ontdaan van stelling, wieken en binnenwerk. In dit molenrestant vestigde zich een veevoederbedrijf en dit bedrijf werd voorzien van o.a. een elevator, hamermolen, koekenbreker, mengketel, silo en een stortkelder. Het veevoederbedrijf is nog tot 1964 actief geweest waarna de molen helaas werd verwaarloosd en bijna totaal in verval raakte. De gemeente Epe had in die tijd zelfs het voornemen de molen te slopen. In 1975 werd door een groep Vaassenaren, verenigd in de stichting 'Op eigen wieken', het plan ontwikkeld Daams' molen te restaureren.

Er werden publieksacties opgestart. Bijv. werden er flessen wijn ingekocht voorzien van een etiket met de beeltenis van de toekomstige molen met de molenaar alsmede van het eeuwenoude kasteel de Cannenburgh met het wapen van Maarten van Rossum, bouwheer van het kasteel en veldheer van de hertog van Gelre. Een unieke vondst was het starten van een huis-aan-huis collecte met spaarkaarten en machtigingsformulieren geldend voor de tijd van twee jaar.Onder het motto '2 piek per maand' gingen zo'n 60 tot 70 medewerkers langs de 13.0000 inwoners van Vaassen om deze op te wekken op deze wijze een gift te doen. Het maandelijks betalen van twee gulden via de girorekening was minder voelbaar dan het betalen van f. 48,- ineens! Psychologisch goed gezien en de collecte werd dan ook een groot succes. Door een plaatselijke kunstenares, Greet Grottendiek, werd een beeldje ontworpen, voorstellende een molenaar leunende op een molensteen. Een groot beeld in brons werd eveneens vervaardigd en heeft inmiddels een plaats in de buurt van de herboren molen gekregen. Ook artikelen als stropdassen, ballpoints en theelepeltjes werden aan de man gebracht. Tezamen met de opbrengst uit het jaarlijkse Oranjebal en diverse schenkingen van particulieren en bedrijven, kon het gebeuren dat op een gegeven moment zo'n f. 57.000 bijeen was. Het streven was uiteindelijk zo'n f. 200.000 bijeen te krijgen en als dat bedrag er zou zijn, dan zou de molenromp worden overgenomen van de gemeente en zou de restauratie kunnen starten. Uiteindelijk was in 1986 voldoende geld aanwezig om, tezamen met een met een overheidssubsidie, opdracht te geven de molen te laten restaureren. De stichting 'Op eigen wieken' werd als reactie op een gemeentelijke idee veranderd in de 'Stichting Vaassens Molen' met als enig doel binnen niet al te lange tijd te komen tot weer een maalvaardige molen. Na een toch nog lange voorbereiding werd uiteindelijk in 1989 met de restauratie begonnen.

De restauratie werd uitgevoerd door molenmaker Groot Roessink uit Voorst, waarbij aannemersbedrijf Van Laar uit Vaassen de stenen onderbouw, de 1e zolder en de stelling voor zijn rekening nam. Ten tijde van de herstelwerkzaamheden bleek de oude houten achtkant dermate slecht dat deze geheel moest worden vernieuwd. Tijdens de herbouw is de indeling nogal gewijzigd en zijn de maalstenen die vroeger op de stellingzolder lagen (niet ongebruikelijk in die regio), nu een zolder hoger zijn te vinden. Opvallend is dat de molen heden ten dage met riet is gedekt in plaats van met hout zo als dat vroeger het geval was.

Op de Nationale Molendag in 1990 draaide de windmolen uiteindelijk weer in zijn volle glorie en thans is dit monument één van de mooiste attracties van Vaassen. Vrijwel elke zaterdag draait de molen weer mede dankzij een tweetal zeer enthousiaste molenaars.

VAASSEN HAD OOIT EN HEEFT WEER EEN DORPSMOLEN

Een achtkantige bovenkruier met stelling. Een windmolen waarvan er op Veluwe nog wel enkele in volle glorie draaien. Degenen die zich daar van willen overtuigen, kunnen nog dergelijke molens vinden in Veessen, Wapenveld, Oldebroek, Nunspeet, Appel (bij Nijkerk) en in Oene. Helaas stond in Vaassen alleen nog maar een romp van een molen; de stelling en de wieken waren in de loop der jaren al verdwenen. Wat de geschiedenis betreft van de molen en zijn omgeving het volgende: In de tuin van één van de boerderijen die vroeger aan de Dorpsstraat stonden, werd de molen omstreeks 1870 gebouwd. Wat nu de Jan Mulderstraat is, was niet meer dan een verhard pad (karrenspoor) om de molen te bevoorraden. Dit pad hoorde bij een boerderij aan de Dorpsstraat die werd bewoond door de familie Koekoek. Peter Koekoek was als molenaar werkzaam bij Herman Daams, de eigenaar van de molen. Hier is de naam Daams' molen van af te leiden. Peter Koekoeks broer Albert was postbode. Op de plaats van hun woonhuis staat nu het voormalig postkantoorgebouw aan de Dorpsstraat. De molen was een fraaie bovenkruier met omloop (de stelling) met steunbalken die op muur steunden. er is een steen in de romp gemetseld met het opschrift 'Anno 1870'. Of de familie Daams ook de bouwers van de molen zijn geweest, is helaas niet bekend. Men leidt hier wel de naam Daams' molen van af. In 1905 is men met de verharding van het pad (nu Jan Mulderstraat) begonnen. Er liep ook een looppad van de molen richting Stationsstraat. In dit zelfde jaar kreeg de molen een nieuwe eigenaar: E. Bosman. Deze vertrok echter al weer na een korte tijd naar Rijssen en verkocht de molen aan W. van Loo uit Oldebroek. Deze persoon heeft naast de molen het muldershuis gebouwd dat vandaag de nog bewoond wordt, weliswaar niet meer door een molenaar. Van Loo werd in 1915 failliet verklaard en alles werd onder schuld publiekelijk verkocht. Ooggetuigen weten nog te vertellen dat aan van Loo werd gevraagd of hij verder nog iets bezat, hij zijn zakhorloge uit zijn zak haalde en dat horloge ook nog werd verkocht! In 1915 kwam A.G.C. de Rooy als nieuwe eigenaar op de molen, bij de Vaassenaren beter bekend als Karel de Rooy. Zij zoon H. de Rooy was de volgende eigenaar van de molen en hij bewoonde tot 1984 het muldershuis waarna de molen in handen kwam van de gemeente Epe.

In 1905 stond er aan het verharde pad geen enkel huis. Begin 1920 toen het al een redelijk verharde weg was, bouwde kapsalon Hansink hier voor het eerst. In deze periode verrees aan de noordzijde een naai- en breischool, op de plaats waar later de kleuterschool 'Het Lijsternest' werd gebouwd. Momenteel is op deze plek een drukkerij gevestigd. De molen verkeerde in de jaren voor 1988 in een verwaarloosde staat. Een aantal jaren hieraan voorafgaand is een commissie in het leven geroepen om te trachten het geheel in zijn oude glorie te doen herrijzen. Evenals de andere molens op de Veluwe zou het weer een sieraad voor het dorp kunnen zijn. Een molendeskundige beoordeelde de toestand van de molen op dat moment in ieder geval niet als hopeloos. Nadat de molen in gemeentehanden was gekomen, heeft die de Vaassense commissie 'Op eigen wieken' aangeboden de molen voor weinig geld over te nemen. maar dan wel binnen een bepaald aantal jaren te zorgen voor een restauratie er van. Genoemde commissie heeft oen al snel een aantal Vaassenaren bereid gevonden de schouders er onder te zetten. Deze commissie veranderde in een stichting met de naam 'Stichting Vaassens Molen'. Naast een zeer actief dagelijks bestuur kende deze stichting ook een activiteitengroep, een technische groep en een public relations groep. Wat vooral gemerkt werd van de activiteiten van de Stichting waren talrijke acties die door de tijd heen door de Stichting zelf, maar ook door tal van verenigingen, particulieren en zakenmensen werden ondernomen. Met z'n allen wilden de Vaassenaren zo'n f. 200.000 opbrengen en als dat zou worden gehaald, zou de molenromp van de gemeente worden overgenomen en kon de restauratie beginnen. Uiteindelijk is die doelstelling medio 1986 bereikt en kon de ooit geuite kreet werkelijkheid worden:

Kom over een paar joar mar es kiek'n, dan he'k weer mien wiek'n.